|
Belgisch Officieel Barema der Invaliditeiten (BOBI) Indeling: I. Neus A. Vernauwing van de neusholten Slechts de betrekkelijk belangrijke vernauwing van één of beide neusholten geeft aanleiding tot invaliditeit. In ieder geval moet men rekening houden met de aantasting van de naburige organen en de verwikkelingen op afstand die deze vernauwing veroorzaakt. 1. Eenzijdige vernauwing
2. Tweezijdige vernauwing 3. Neustussenschotdoorboring
B. Reukstoornissen De reukstoornissen kunnen veroorzaakt zijn door een mechanische hindernis die het kontakt tussen de luchtstroom en de reukzone belemmert (geleidingsstoornis) ofwel door een aantasting van het reukapparaat zelf (perceptiestoornis). Soms gaan ze met smaakstoornissen gepaard.
C. Stoornissen veroorzaakt door neusverminking Deze stoornissen zullen slechts na een redelijke termijn geschat worden, zelfs indien een plastische ingreep uitgevoerd werd.
D. Cerebrospinale neusloop Aangepaste proeven moeten de cerebrospinale oorsprong van de neusloop bevestigen.
E. Vasomotorische stoornissen Een trauma of een blootstelling aan bepaalde fysische, chemische en/of infectieuze agentia kan vasomotorische stoornissen ter hoogte van de neusmucosa veroorzaken. Deze zullen, volgens het belang en de duur van de aantasting, in het beginstadium te verhelpen zijn door vasoconstrictoren (rhinitis-hyperhemica); in een later stadium beantwoorden ze niet meer aan deze geneesmiddelen (rhinitis hypertrofica). Een overdreven sereuze, slijmerige of slijmetterige sekretie kan men in deze gevallen eveneens aantreffen. Onder bepaalde omstandigheden kunnen dezelfde etiologische faktoren een atrofie van de neusmucosa met vermindering van de neussekretie, eventuele korstvorming en/of recidiverende neusbloedingen veroorzaken.
A. De sinusitiden 1. Men verstaat onder sinusitis een infectie van de sinusholten die bevestigd wordt door een ettering ter hoogte van de middenste en/of bovenste neusgangen of door een sinusspoeling. Een sluiering van een sinus bij de diafanoscopie of op radiografische opnamen volstaat niet om de diagnose van sinusitis te stellen. 2. De sinusitiden kunnen ernstiger zijn bij bepaalde constitutionele types (allergische, vasomotorische,dystrofische, diatesische, e.a.). 3. Bepaalde vormen van sinusitis geven aanleiding tot de ontwikkeling van neuspolypen. 4. Oftalmologische, neurologische en ademhalingsstoornissen kunnen de sinusitiden verwikkelen. In voorkomend geval, zie de passende hoofdstukken. 1. De voorste sinusitiden
2. De achterste sinusitiden (sinusitis ethmoidalis posterior en/of sphenoidalis)
3. Aantasting van verscheidene sinus of pansinusitis
B. De andere aandoeningen Te schatten volgens hun functionele of esthetische weerslag: zie overeenkomstige artikels. Ter hoogte van de farynx kan men een mechanische (door verlies van stof of stenoserende aandoeningen) of een neurologische (volledige of gedeeltelijke verlamming van craniale zenuwen) pathologie aantreffen. Deze letsels kunnen stoornissen van de ademhaling, het gehoorapparaat, de spraak of van de slikfunctie veroorzaken.
Zie spijsverteringsstelsel: deel V, hoofdstuk III, artikels 416,417 en 418. De laryngeale aandoeningen kunnen stem- en/of ademhalingsstoornissen veroorzaken. 1. Stemstoornissen
2. Ademhalingsstoornissen Een tweezijdige n.recurrens verlamming of stenoserende aandoeningen kunnen deze ademhalingsstoornissen veroorzaken. Ze worden geschat met behulp van aangepaste functionele proeven.
3. Associatie van stem- en ademhalingsstoornissen
4. Larynxtuberculose
A. De aandoeningen van het buitenoor (Zie eveneens de huidletsels en de esthetische stoornissen).
Slechts een belangrijke stenose kan op zichzelf een gehoordaling veroorzaken: zie artikel 712. B. De gehoordalingen De tonale liminaire audiometrie in lucht- en beengeleiding is het basisonderzoek in de evaluatie van een gehoordaling. Het gehoorverlies moet gemeten worden met een audiometer volgen de ISO 1964 normen geijkt. Andere proeven, zoals de acoumetrie, de tonale supraliminaire audiometrie en de spraakaudiometrie, kunnen nuttige inlichtingen over het gehoor van de proefpersoon verschaffen. Blijvende simulatie is uitzonderlijk in expertise-onderzoeken. De min of meer bewuste overdrijving van een gehoordaling komt daarentegen zeer frekwent voor. Het bestaan en het belang van een simulatie wordt door een convergerend geheel van aangepaste proeven aangetoond. Types van gehoordaling: - geleidingsdoofheid (buiten- en middenooraantasting); - perceptiedoofheid (aantasting van binnenoor, gehoorzenuw, en centraal zenuwstelsel); - gemengde doofheid (geleiding en perceptie). Art. 712. Invaliditeitspercentages voor de verscheidene graden van gehoordaling
De cijfers van deze tabel geven het rekenkundig gemiddeld verlies in het tonaal liminair audiogram in luchtgeleiding op 500, 1000 en 2000 Hertz aan. Art. 713. Aldus berust de schatting van een ongeschiktheid, veroorzaakt door een gehoordaling, op de uitslagen van het tonaal liminair audiogram (zie artikel 712). De graad van ongeschiktheid zal bovendien door de uitslagen van speciale tonale en vocale proeven kunnen beïnvloed worden, wanneer hun uitslagen erop wijzen dat het sociaal bruikbaar gehoor meer gedaald is dan het gemiddeld verlies in het tonaal liminair audiogram zou laten vermoeden:
Ingeval het gemiddeld verlies in luchtgeleiding op 500, 1000 en 2000 Hertz kleiner is dan 40 db, kan deze vermeerdering eveneens toegepast worden indien ze verantwoord wordt door een spraakaudiometrie. De cumulatie van dit artikel met de artikels 712 en 714, kan de 80 pct. invaliditeit niet overschrijden. C. Oorsuizen Ook alleenstaand oorsuizen kan, volgens zijn graad en weerslag op de psyche, aanleiding geven tot invaliditeit.
De cumulatie van dit artikel met de artikels 712 en 713, kan de 80 pct. invaliditeit niet overschrijden. D. Vestibulaire stoornissen De perifere en/of centrale vestibulaire stoornissen veroorzaken meestal echte vertigo of evenwichtsstoornissen. Ten einde alle verwarring met zogezegde vestibulaire stoornissen, zoals lipothymie, gevoel van ijlheid in het hoofd of allerhande visusstoornissen te vermijden, zal het onderzoek naar de vestibulaire oorsprong van de vastgestelde afwijkingen steunen op: - een volledige anamnese met nauwkeurige beschrijving van de subjectieve vestibulaire symptomatologie; - een vestibulair onderzoek dat minstens volgende proeven moet bevatten: stato-kinetische proeven: het opzoeken van de spontane en positienystagmus; een draaiproef evenals een calorische proef met koud en warm water. De elektronystagmografie kan een objectief dokument en nauwkeurige diagnostische gegevens verschaffen. Het is duidelijk dat de vergelijking van deze gegevens met de uitslagen van het audiometrisch en neurologisch onderzoek essentieel is.
Opmerking: In geval de vestibulaire stoornissen met een post-commotioneel syndroom samengaan: zie artikel 542 "Zenuwstelsel". Cumulatie tussen artikel 542 en de artikels van deze rubriek (vestibulaire stoornissen) is niet toegelaten. E. Aandoeningen van het middenoor Men verstaat onder aandoeningen van het middenoor zowel de evolutieve aantastingen als de spontane of therapeutische sekwellen.
Men treft frekwent een gehoordaling bij deze aandoeningen aan. In dit geval is het aangewezen bovenstaande invaliditeitspercentages te combineren met deze toegekend voor de gehoordaling. F. Tuberculeuze osteïtis van het rotsbeen Art. 722. Tuberculeuze osteïtis van het rotsbeen: zie rubriek E. Zie deel VIII, hoofdstuk I, I, rubriek E.
(*) Une nouvelle version de ce BOBI doit faire lobjet dune prochaine officialisation. Elle sera publiée dans les meilleurs délais. |